Saskia Kunst   |  home  |  biografie  |  boeken  |  artikelen  |  contact  |  stichtingzanskar.nl
home boeken De visvergunning van de weduwe fragment
Fragment uit: De visvergunning van de weduwe. Kroniek van land en water.

Ik ben over de roze brug bij Emmerich komen fietsen, door polderland dat ooit aan het eiland vastzat. Van Salmorth liep je vroeger zo naar Spijk, de dorpjes aan de Duitse kant hebben zwaar te lijden gehad tijdens de lange oorlog die we nu claimen als onze nationale vrijheidsstrijd. Het is een vreemde gewaarwording door een gebied te fietsen dat vroeger aan de andere kant van de Rijn lag, Schenkenschans als gehucht midden in het land te vinden waar het ooit omspoeld werd door water. De weg gaat onder een in onbruik geraakte spoorbrug door en ik kom aan als de lucht snel donkerder wordt. Ik wil naar de kroeg waar een vermomde Spaanse spion ooit kwam drinken en informatie verzamelen, informatie die leidde tot een aanval op de Schans die de commandant zo verraste dat hij zich doodvocht, slechts gekleed in zijn nachthemd. Dat zou allemaal gebeurd zijn in het legendarische jaar 1635, toen de Spanjaarden de vesting tegen elke verwachting in toch veroverden.
Religieuze motieven, wraakzucht, verraad, in die dagen was er nog geen nationale identiteit om je voor dood te vechten. Eer en eigenbelang beheersten de moraal. Misschien is de moraal op de slagvelden van vandaag niet zo heel verschillend, appelleert alleen de retoriek eromheen aan andere gevoelens. Het boeiende van geschiedenis is dat er niks nieuws onder de zon is, terwijl alles toch verandert.
Een man met een innemende glimlach vraag ik de weg naar de kroeg die er volgens een beschrijving in 1938 nog was. Hij blijk er nog steeds te zijn. `Maar,' zegt de man, `Fräulein, u kunt daar maar beter niet binnengaan, het is geen oord voor dames, het is er niet goed schoon, en erg onhygiënisch.'
Natuurlijk ben ik direct nieuwsgierig, maar de man is zo voorkomend, dat ik met hem aan de praat raak. Hij maant me op het weer te letten als ik nog naar de overkant moet, hij wijst op de dreigende lucht en spoort me als een lieve oom aan toch voort te maken. Hij beslist dat het café werkelijk ongeschikt is, zijn vrouw wil best een kopje thee voor me zetten. En misschien wil ik de kerk zien? Hij lacht: `Wat ben ik toch een rare, eerst maan ik u tot haast, en dan verleid ik u tot talmen'.
Ik sla de thee af, maar wil graag de kerk zien. Het is een klein, nu protestants kerkje waar ik al een paar keer voor heb gestaan, me voorstellend dat er in tijden van gevecht gebeden werd voor behoud van de vesting, dat er kreunende gewonden op de koele tegels lagen, terwijl een priester of dominee troostend rondging. Twee Vlaamse kapucijner monniken, Andreas en Silvester, waren er aalmoezenier toen de Spanjaarden het fort korte tijd bezet hadden, en zij gaven in de hitte van de strijd de laatste sacramenten aan de stervende soldaten. Andreas werd door een rondvliegende steen geraakt en stierf. Silvester bezweek aan een ziekte die hij in Schenkenschans opdeed.
Nadat de Staatsen de Schans heroverden, veranderde de kerk van geloofsrichting, maar er bleven soldaten kermen en ontheemden bidden. Nu is het een rustig klein godshuis, smetteloos witgepleisterd, met banken in een kleur die lijkt op vliegenblauw.
Gelders eiland, 2003 - 2004.

Na twee boeken over exotische oorden, leek het me een uitdaging te schrijven over mijn eigen land. Hoe zou het zijn om het bekende te onderzoeken? Ik kocht een kleine caravan en streek neer in een uithoek van het land, het Gelders Eiland. Vroeger was dat een echt eiland in de Rijn geweest, niet ver van Nijmegen en Arnhem, aan de grens bij het Duitse Elten en Emmerich. Tijdens fiets- en wandeltochten ontdekte ik de sporen van de geschiedenis in het landschap: de IJstijden hebben hier hun stuwwallen achtergelaten, en als je goed kijkt, kan je de oude stroombedden van de Rijn nog steeds zien. Door archiefonderzoek en interviews ontdekte ik dat het Gelders Eiland in veel van de belangrijke gebeurtenissen in de vaderlandse geschiedenis een rol speelt. De Batavieren hebben sporen achter gelaten op het eiland, in de middeleeuwen werd bij Lobith al tol geheven, en in het rampjaar 1672 steken de Fransen hier de Rijn over. Ik sprak met vele eilandbewoners, zoals de oude Timmer, die altijd steenfabrieksarbeider was geweest, en de burgemeester, die me vertelde over de plannen van het Rijk om van haar gemeente een overstromingsgebied te maken als het waterpeil zou stijgen. Wat ik niet uit eerste hand te weten kan komen, breng ik met verhalen tot leven, zoals over de middeleeuwse gravin van Hamaland, en de trotse, straatarme weduwe Straatman.


home boeken De visvergunning van de weduwe fragment
copyright simon schagen & saskia kunst ©2017 (alle rechten voorbehouden) Disclaimer